Artikel 1 : Over de toegang tot het gildelokaal.

 

Het lokaal is open voor gewone bijeenkomsten en schietingen op maandagen van 19.30 uur tot 1.00 uur. Op feestelijkheden kan van deze regeling worden afgeweken.

 

Op maandagen is het lokaal toegankelijk voor gildeleden en ereleden. Zij mogen zich laten vergezellen door een of meerdere heren die geen lid zijn en dit onder hun persoonlijke verantwoordelijkheid. Het gildelid zal er zorg voor dragen deze personen voor te stellen aan de Euverdeken of zijn plaatsvervanger en aan de aanwezige gildeleden en hem in te schrijven in het boek der bezoekers. Een genodigde mag maximaal drie maal per jaar aldus uitgenodigd worden, tenzij hij zich kandidaat stelt om gildelid te worden. Het uitnodigend lid zorgt ervoor dat de genodigde zich in stadskledij aanbiedt en bij het verlaten van het gildelokaal zijn rekening aan de bar vereffent. Indien de rekening niet is betaald, zal deze op eerste verzoek betaald worden door het uitnodigend lid.

 

Bezoeken van groepen dienen minstens zes weken voor de geplande activiteit aangevraagd te worden aan de Euverdeken of zijn plaatsvervanger, die de aanvraag zal voorleggen aan de Eed. Deze laatste beslist over deze aanvraag op haar eerstvolgende vergadering. Het gildelokaal kan ter beschikking gesteld worden van de leden voor privé-doeleinden mits voorafgaande aanvraag conform de procedure zoals hiervoor bepaald.

 

Het vergaderlokaal of “Kamer van de Eed” mag enkel betreden worden door de leden van de Eed, tenzij mits toelating van de Euverdeken of zijn plaatsvervanger.

 

Artikel 2 : Over het uniform.

 

Het gilde-uniform bestaat uit : zwarte schoenen, antraciet – of zwarte kousen, donkergrijze pantalon, wit hemd, blauwe gildedas met schildjes en donderblauwe blazer met Sint-Jorisblazoen. Confreers worden geacht het C-insigne van hun confreerschap te dragen. Daarvan zijn vrijgesteld de leden van de Eed die het E-insigne als lid van de Eed dragen. De euverdeken en de eventuele ere-euverdeken(s) dragen een D-insigne. Het kraagschildje met de Sint-Joriskruisboog maakt geen deel uit van het uniform maar de gildebroeders worden aangespoord om dit wel te dragen op hun burgerkledij.

 

Bij alle interne gilde-activiteiten alsook bij officiële ontvangsten of bezoeken buiten de gilde wordt het correcte en volledige uniform gedragen.  

 

Vanaf 1 juli tot en met 31 augustus is het de leden toegelaten in ordentelijke zomerkledij (casual dress) aanwezig te zijn op de maandagavondactiviteit. Tijdens de rest van het jaar kan de Euverdeken of zijn plaatsvervanger, in bepaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld bij zeer warm weder, vrijstelling verlenen tot het dragen van de blazer.

 

De wekelijkse maandagschietingen en officiële of ceremoniële samenkomsten op andere dagen van de week vallen onder de noemer van interne gilde-activiteiten. Dit is ook het geval wanneer leden in hun functie als gildelid aanwezig zijn bij een activiteit binnen het gildelokaal door een externe gebruiker.

 

Bij aanwezigheden bij burgerlijke of kerkelijke huwelijken en overlijdens van een gildelid of van een erelid wordt het uniform gedragen. Van deze regel kan worden afgeweken op uitdrukkelijk verzoek van het betrokken lid of zijn familie en na mededeling door de Griffier.

Bij een burgerlijke of kerkelijke huwelijksplechtigheid van een lid of erelid kunnen gildebroeders een erehaag vormen met gildebogen.

Bij het overlijden van een gildelid of erelid zal de gildevlag gedragen worden bij de eventuele begrafenisplechtigheid. Ook van deze regel kan worden afgeweken op uitdrukkelijk verzoek van de familie.

 

 

Artikel 3 : Over de protocolaire rangorde.

 

De protocolaire rangorde tijdens de gilde-activiteiten, zowel intern als extern, wordt bepaald door de hiërarchie binnen de Eed en zoals bepaald in artikel 8 van de statuten, te weten : Euverdeken, Deken, Griffier, Penningmeester, Proviseerder, Conservator, de Doelmeesters in volgorde van ancienniteit, de Hofmeesters in volgorde van ancienniteit.

 

De Koning van het jaar gaat of staat naast de Euverdeken of zijn vervanger.

 

Na de Eed volgen de Ere-euverdeken(s) en de ereleden van de Eed, eveneens overeenkomstig de hiërarchie binnen de functies van de Eed, zoals bepaald in artikel 8 van de statuten.

 

Artikel 4 : Over de verkiezingen in het algemeen.

 

Voor de verkiezing van welke aard ook duidt de Eed een kiescollege aan, gelast met de telling van de stemmen in een afzonderlijk lokaal. De leden van het kiescollege verlaten dit lokaal gezamenlijk na het beëindigen van hun taak. Zwijgplicht wordt hen opgelegd tot na de afroeping van de resultaten. Het kiescollege wordt samengesteld uit de aanwezige niet verkiesbare oudste en jongste Confreer in anciënniteit, aangevuld met een niet verkiesbaar lid van de Eed, bij voorkeur de griffier.

 

De verkiezing van herverkiesbare leden van de Eed en van nieuwe kandidaten van de Eed geschiedt in één stembeurt. Een enkele stembrief zal de herverkiesbare leden van de Eed en de nieuwe kandidaten van de Eed vermelden in alfabetische volgorde. Per stembrief mogen er niet méér stemmen uitgebracht worden dan het aantal toe te kennen plaatsen. Indien er minder stemmen voorkomen dan dit aantal plaatsen, worden de ontbrekende stemmen als blanco-stemmen beschouwd. Indien er op een stembrief meer stemmen voorkomen dan het toegestane aantal plaatsen, of indien er bijkomende aanduidingen zijn vermeld, dan is deze stembrief ongeldig. De kandidaten met het grootst aantal stemmen zijn gekozen, op voorwaarde dat dit aantal minstens gelijk is aan de gewone meerderheid van de stemgerechtigden. In geval van gelijkheid van bekomen stemmen door twee of meerdere kandidaten zal een tweede stemronde de keuze bepalen, steeds met het vereiste minimum, zoals hiervoor beschreven. Is er geen beslissing na deze tweede ronde, dan wordt de verkiezing voor de ontbrekende plaats toevertrouwd aan de Eed. Deze zal zich daartoe terugtrekken in het vergaderlokaal van de Eed en nog tijdens de zelfde statutaire vergadering een beslissing nemen en bekend maken.

 

De verkiezing van de Euverdeken geschiedt volgens de procedure zoals bepaald in de statuten.

 

Artikel 5 : Over de toetredende leden.

 

Om als toetredend lid aanvaard te worden moet de kandidaat minstens 18 jaar oud zijn. Zonen of kleinzonen van huidige en gewezen gildenleden kunnen op jongere leeftijd als jeugdlid voorgesteld worden. De Eed bepaalt onder welke voorwaarden zij kunnen aanvaard worden. Vanaf de leeftijd van 18 jaar kan de algemene vergadering het jeugdlid als volwaardig toetredend lid aanvaarden volgens de gangbare procedure voor andere meerderjarige kandidaten.

 

De peters van de kandidaat-leden zullen het als een plicht beschouwen om de kandidaat te begeleiden bij het in acht nemen van de statuten en van het reglement van inwendige orde.

 

Een nieuw toegetreden lid ontvangt een exemplaar van de statuten en van het reglement van inwendige orde na de algemene vergadering waarop deze kennis heeft genomen van de aanvaarding van zijn kandidatuur door de Eed. Het nieuw toegetreden lid, dat zijn eed heeft afgelegd tijdens de academische zitting op het Patroonsfeest, zal zich later onderwerpen aan een doopritueel. Deze doopplechtigheid grijpt plaats tijdens het banket dat volgt op de Koningsaanstelling. Het ritueel wordt vastgelegd door de Eed.

 

Artikel 6 : Over de ereleden.

 

Op voorstel van de Eed kunnen de Confreers een persoon als erelid benoemen. Gewezen leden van de Eed kunnen als erelid van de Eed benoemd worden. Niet-leden van de Gilde kunnen eveneens als erelid benoemd worden omwille van hun verdiensten voor de Gilde.

 

Artikel 7 : Over het lidgeld.

 

Een kandidaat toetredend lid wordt uitgenodigd om zijn lidgeld en de eenmalige toetredingsbijdrage te betalen, en dit ten minste 14 dagen voor het Patroonsfeest, waarbij de kandidaat de eed zal afleggen. Indien deze betaling niet is geschied tegen de vervaldatum, zal de kandidaat de eed niet afleggen en wordt zijn kandidatuur niet meer weerhouden

 

Artikel 8 : Over tijdelijke mandaten.

 

De Eed kan tijdelijke mandaten toekennen aan effectieve leden of toegetreden leden.

 

Artikel 7 : Over het Patroonsfeest.

 

Het Patroonsfeest zal aanvangen met een plechtig gedenkmoment ter intentie van de Gilde, voor het welzijn van haar leden en ter nagedachtenis van de overleden gildeleden. De families van de overleden leden en ereleden van het voorbije jaar zullen daartoe uitgenodigd worden. Dit gedenkmoment zal doorgaan in de kapel van de Gilde in het hoogkoor van de Sint-Michielskerk te Gent. Daarna volgt een academische zitting, gevolgd door een banket.

 

Artikel 8 : Over de Koningsschieting.

 

De koningsschieting gaat door gedurende de maand juni ( of september ? ). De schieting begint stipt om 16 uur. Vanaf 14 uur gaat het gildelokaal open en is het de deelnemers toegelaten proefschoten te schieten op een daarvoor voorbehouden baan. De schutters hebben recht op maximum 3 proefschoten. De proefschoten moeten geschoten worden vooraleer de schutter afgeroepen wordt om te komen schieten. Eenmaal afgeroepen zijn er geen proefschoten meer mogelijk, ook niet in een eventuele volgende ronde. Een schutter heeft wel recht op nieuwe proefschoten ingeval een defect aan het wapen of de pijl werd vastgesteld door de Doelmeesters.

 

De schutters bieden zich spontaan aan bij de dienstdoende Doelmeester en worden in die volgorde ingeschreven, met uitzondering van de Koning en de Euverdeken, die beiden automatisch als eerste en tweede ingeschreven zijn. Alle inschrijvingen moeten tijdens de eerste twee ronden gebeuren én tot ten hoogste 17 uur. Na de tweede ronde én na 17 uur worden geen inschrijvingen meer aanvaard. De Koning van het jaar opent de schieting, gevolgd door de Euverdeken. Daarna volgen de ingeschreven deelnemers in volgorde van inschrijving. Na 19 uur wordt er geen nieuwe ronde meer gestart. De aan de gang zijnde ronde wordt wel afgewerkt.

Indien na deze laatste ronde geen enkele schutter het Koningsringske heeft getroffen, zal de schieting verdergezet worden op de daaropvolgende maandag vanaf 20 uur stipt. Het zelfde reglement blijft van toepassing maar de schutters moeten zich op maandag opnieuw inschrijven. De inschrijvingen moeten gebeuren binnen het uur of tot ten laatste 21 uur én minstens voor de aanvang van de derde ronde. Alleen de schutters die de zondag geldig waren ingeschreven, mogen zich ook de maandag terug inschrijven. Indien er op zondag of op maandag geen ringske getroffen werd binnen de voormelde tijden, kan de Eed in spoedberaad beslissen om de tijden aan te passen en/of bijkomende rondes toe te laten.

 

De Doelmeester van dienst beslist autonoom of een schutter mogelijks het ringske heeft getroffen en zal hij het onderzoek uitvoeren in aanwezigheid van de Euverdeken. Zij zijn de enigen binnen de schietbaan. Wanneer een schutter door het ringske geschoten heeft mogen de ingeschreven schutters, welke in die ronde nog niet geschoten hebben, elk nog één schot lossen. Er wordt geen nieuwe ronde meer gestart. Schutters die zich nadien én voor 17 uur inschrijven, mogen één schot geven. Zij hebben recht op drie proefschoten welke binnen de 15 minuten moeten gegeven worden.

 

Indien de Koning van het jaar, die zich de twee voorgaande jaren telkens tot Koning geschoten heeft, door het ringske schiet, wordt de aan de gang zijnde ronde terstond beëindigd en is de Koningsschieting ook afgelopen. De Koning wordt tot Keizer uitgeroepen.

 

De inleg voor deelname is 3,00 €. Het gilde-uniform is vereist voor alle aanwezige gildeleden. Kandidaat-leden en ereleden van de Eed en Ereconfreers, mogen niet deelnemen aan de Koningsschieting. Zij mogen wel aanwezig zijn. Alleen gildeleden, kandidaat-leden en ereleden mogen in het gildelokaal aanwezig zijn.

 

Er wordt geschoten op blazoenen, voorzien van het koningsringske. Elke schutter meldt zich schietensklaar aan bij de schietbaan wanneer hij wordt opgeroepen. Wie zich niet onmiddellijk aanbiedt verliest zijn schietbeurt.

 

Elke schutter heeft per ronde recht op één schot. Elk gegeven schot is geldig, ook als de pijl niet in het blazoen terecht komt.

 

Indien er tijdens de aan de gang zijnde ronde meerdere schutters het ringske treffen, zal onder deze schutters één kampschot op een kampblazoen gegeven worden. Men mag geen proefschoten meer geven. De schutter, die als laatste het ringske trof, zal de kamp aanvangen. Nadat de afkampers geschoten hebben, bepalen de van dienst zijnde Doelmeester en de Euverdeken in afzondering in de Kamer van de Eed welk schot de beste score haalde. De schutter met het beste kampschot wordt de nieuwe Koning. De afkampers mogen nadien in de Kamer van de Eed de blazoenen bekijken.

 

Telkenmale het gildelokaal geopend is voor een gildeactiviteit wordt aan de Koning van het jaar een gratis drankje aangeboden.

 

Alle gevallen en situaties, die zich voordoen tijdens de Koningsschieting, en die niet expliciet in dit reglement zijn voorzien, worden beslecht door de van dienst zijnde Doelmeester in samenspraak met de Euverdeken. Hun beslissing is niet aanvechtbaar en definitief.

 

 

Artikel 9 : Over het reglement van de schietingen.

 

Het gedetailleerd reglement van de schietingen is gevoegd bij de map, die aan elke giledebroeder is overgemaakt. Dit reglement maakt integrerend deel uit van het reglement van inwendige orde.

 

Artikel 10 : Over de uitgetreden leden.

 

Personen, die in het verleden toegetreden of werkend lid zijn geweest van de Gilde, en die terug deel willen uitmaken van de Gilde, dienen, ongeacht hun statuut van weleer, dezelfde procedure te volgen welke van toepassing is voor de kandidatuur van nieuwe leden. Bij een nieuwe aanvaarding kan het oud-lid zijn vroegere functie of graad van weleer niet opeisen.

 

Artikel 11 : Over bezoekende schutters.

 

Bezoekers, die, mits toelating, de schietstand betreden en de boog willen hanteren, doen dit volledig op eigen verantwoordelijkheid. Dit wordt vooraf aan de betrokkene medegedeeld en voor akkoord bekrachtigd door zijn naamtekening in het boek van de lijst der genodigden. Het uitnodigend lid zorgt ervoor dat de identiteit van zijn genodigde tijdig en zo mogelijk vooraf wordt medegedeeld aan de penningmeester, zodat deze de nodige melding kan doen aan het Vlas met het oog een dekking van de genodigde door de ba-verzekering.

 

Artikel 12 : Over het webbeheer.

 

Het webbeheer valt onder de uitsluitende bevoegdheid van de Eed.

 

 

Dit reglement van inwendige orde werd aangepast